Tagarchief: Boeddhisme

Examen doen? Boeddha helpt (niet)

Ying rijlesMijn vrouw heeft onlangs examen gedaan voor het theorie-examen rijvaardigheid. En zoals het een Thai betaamt worden daar hogere machten om hulp gevraagd.

Een examen doen, wat voor soort examen dan ook, is voor een Thai niet zomaar een kwestie van goed en hard studeren. Nee, ook de hogere machten moeten tevreden worden gesteld. En dan hebben me het niet alleen over Boeddha, maar ook over ander geesten die in het huis en onder de grond wonen. Als een van de geesten wordt vergeten, dan kun je een diploma wel vergeten! Ja, lach er maar om, voor de Thai is dit een zeer serieuze zaak.

Dag van het examen

Mijn vrouw en haar vriendin die bij ons verblijft staan vroeg op. Niet om de examenstof nog eens door te nemen, of de op de computer het proefexamen nog een te doen. Nee, er worden witte kleren aangedaan (vrouwen mogen geen oranje monnikenkleren dragen) kaarsen en wierook aangestoken en gebeden gepreveld.

Boeddha helptNiet alleen bij het kastje met een boeddha-afbeelding in ons huis. Maar ook buiten, hoe koud het ook is. Want buiten is een bos, en daar huizen ook geesten. Ook wordt er een kaarsje extra aangestoken bij de foto van haar pas overleden vader, want die kan zijn dochter wel een handje in deze stressvolle situatie.

Om negen uur in de ochtend wordt het examen afgenomen, om half negen ben ik met een slaperige kop taxi-chauffeur te spelen. Halverwege de rit prevel ik “Heb je alles bij je?”. Ze duikt in haar handtas en dan breekt er paniek uit. Ze heeft haar visumkaart thuis laten liggen. Wij als een haas terug, en weer met volle vaart naar het CBR-kantoor. Twee minuten voor negen komen we binnen lopen.

Boeddha helpt (niet)

“Sorry” zegt ze nog tegen me voordat ze het examenlokaal binnenloopt “Ik was te druk vanmorgen”. Ik grinnik als ik haar weg zie lopen en zeg zachtjes, zodat ze het niet hoort “Ja, met geesten”. Een half uurtje later komt ze met een teleurgesteld gezicht naar buiten. Gezakt! Net net, maar behoorlijk. Ik sla een arm om haar heen en troost haar.

Als we weer naar huis rijden, brand de zin “Nou, die geesten hebben wel geholpen zeg!”, op mijn lippen.

Maar ik slik mijn woorden maar in…

Liegen is moeilijk voor gelovige Thai

Liegen is moeilijk voor gelovige ThaiIk heb mijn vrouw nog nooit op een leugen kunnen betrappen. Wel dat ze de waarheid voor me verborgen houdt. Maar een leugen niet. Want liegen is moeilijk voor gelovige Thai.

‘Vind je me eigenlijk knap?’ Ze kijkt me een beetje meewarig aan. Twee seconden, en gaat dan weer door waar ze mee bezig is. Stomkop als ik ben herhaal ik de vraag. Ze zucht en draait zich om. “Lieverd, je bent erg charmant, maar de tijd dat je knap was ligt al een tijdje achter je’.  Kadeng, daar sloeg mijn ego te pletter.

Eerlijk tot op het botte af

Mijn vrouw is eerlijk, altijd, tot op het botte af. Dat komt omdat ze een diep gelovige boeddhist is. We hebben een soort altaar thuis waar Boeddha staat te prijken, met tal van foto’s en tekeningen  van andere belangrijke boeddhisten er omheen. Een paar glaasjes voor theelichtjes en kandelaars voor kaarsen. Een met gekleurd zand gevuld glaasje om de wierookstokjes in te steken als ze eenmaal branden. Rond halve- en volle maan zit ze er te mediteren en te bidden. Buiten het huis branden dan ook kaarsjes en wierookstokjes. Voor de buitengeesten.

Liegen is moeilijk voor gelovige ThaiHet boeddhisme kent de vier Edele Waarheden die vertellen dat het leven lijden is, dat het lijden voortkomt uit verlangen en dat lijden te verlichten is door dat verlangen te verminderen, en dat kan je dan weer doen door het Achtvoudige Pad  te bewandelen. Dat zijn acht regels die je leiden naar Verlichting. Een van die regels is: Juist spreken.

Liegen is moeilijk voor gelovige Thai

En daar zit ‘m de kneep waarom gelovige Thai moeite hebben met liegen. Vaak proberen ze, en dat doen ook minder gelovige Thai, een leugen te voorkomen door er omheen te praten. Je krijgt gewoon een stortvloed aan informatie, maar net juist niet het antwoord op de vraag die je gesteld hebt.

‘Vind je dat ik dikker ben geworden?’ vraag ik. “Liefje, jij vindt het fijn als je ’s avonds laat van je werk thuis komt, om dan een wijntje te drinken en wat Franse kazen te eten. Dat je dat fijn vind, is goed voor je’.  ‘ Oh, je vind me gewoon dik geworden dus’, dring ik aan. ‘Ik vind je mooi zoals je nu bent’. “Liefje, ik vraag of je me dik vindt’. Nog een keer probeert ze het ‘Als je er niet lekker bij voelt, dan moet je misschien weer gaan hardlopen’.  “Jezus, geef me eens antwoord op mijn vraag’. Zij met vlammende ogen  ‘ja lief je bent flink dikker geworden sinds  ik je ken’.

Kortom, als je een relatie hebt met een gelovige Thai en last hebt van een ego dat niet tegen een klein deukje kan, adviseer ik je dat om bepaalde vragen gewoon niet te stellen.

Over Thaise namen en bijnamen

Thaise namenThai vinden namen belangrijk. Bijnamen worden vaak gegeven door boeddhistische monniken. En als het leven niet gaat zoals het moet gaan, dan krijgt de naam de schuld.  

Thaise mensen hebben net zoals wij een voor- en een achternaam. Vaak zijn Thaise namen onuitspreekbaar voor ons, ik moet tenminste vaak een paar keer op een naam oefenen voordat ik ‘m zonder struikelen kan uitspreken. De voornaam kan door iedereen bedacht zijn, niet specifiek de ouders. De achternaam is die van de mannelijke verwekker, mits vader en moeder zijn getrouwd. Ook hetzelfde als bij ons.

Thaise bijnamen

Maar vrijwel alle Thai hebben ook een bijnaam. Om de boze geesten voor de gek te houden, die weten je dan niet zo snel op te sporen. Dat is ook best moeilijk in een land waar de helft van de bevolking Nok, Mai of Naam heet. Grappig dat de Thai na al die jaren nog steeds geloven dat de boze geesten dit truckje niet door hebben. Het zijn of bepaald niet intelligente geesten die in Thailand huizen. Of de Thai schatten ze te laag in.

De bijnaam is soms een afgeleide van de onuitspreekbare exotische voornaam, bijvoorbeeld khun U van Uriwan Pilong. Vaker is het een afgeleide van een karaktertrek of een lichaamseigenschap. Zo ken ik een jonge die nogal mollig is en door zijn ouders Oan genoemd is. Nee, niet pompoei (eufemisme voor lekker mollig) maar Oan (vetzak).

thaise namenMonnik kiest Thaise namen

De voornaam wordt door vader, moeder opa, oma, dokter of een toevallige voorbijganger gekozen. Feitelijk kan dat dus iedereen zijn. Een dokter kan zo maar aanbevelen dat een meisje dat s’ nachts na lange bevalling wordt geboren de naar Ratree maar moet krijgen. Dat is een jasmijnbloem, die vooral ’s nachts bloeit.  Thaise dichters gebruiken het woord om de nacht mee aan te duiden.

Mochten de ouders zelf de voornaam bepalen dan doen ze dat vaak pas na een bezoekje aan een boeddhistische monnik. Hoe die monnik nu bepaalt wat een goede naam is voor de kroost is me totaal onduidelijk, maar dat het met zorg gebeurt daar ga ik vanuit. Want via de voornaam worden allerlei kwaliteiten aan het kind toevertrouwd. Hier kun je zien wat een Thaise naam betekent.

Het is de schuld van de naam

Wordt zoon of dochter in de toekomst vaak ziek of is het gewoonweg een lastig kind, dan wordt er weer een wandelingetje naar de boeddhistische monnik gemaakt. Die maakt dan snel een analyse met altijd dezelfde uitkomst. De naam past toch niet bij dit kind. Er wordt een nieuwe naam aan hem of haar gegeven en de problemen zouden voorbij moeten zijn. Uiteraard zal dat de ene keer kloppen en de volgende keer niet.

Trouwens het is best lastig als de voornaam wordt veranderd, want dan moet het geboortebewijs worden aangepast. Dan komt er een formulier bij dat aangeeft dat de naam is aangepast. En dat formulier kan alleen afgehaald worden in de plaats waar de telg is geboren. Dat brengt vaak veel reizen met zich mee.

Gesoebat met Thaise namen

Voor westerlingen is het best lastig de eerste keer dat ze Thai ontmoeten. De Thai stellen zich bijna altijd voor met hun bijnaam. Zo maakte ik ooit kennis met een zekere Vanessa. Die bleek later voluit de Thaise namen Wannasiri Srivarathanabul te hebben. Dan raak je een beetje de weg kwijt. Want hoe heet zij nu echt? De meeste Thai worden het liefst met hun bijnaam (chuu-len) aangesproken. Wil weten wat hun voornaam en achternaam is dan vraag je. Chuu-reek koong khun arai? (voornaam) Naam-sa-gun koong khun arai? (achternaam).

Vrouwelijke monniken creëren ophef

Vrouwelijke monnikenEen groep vrouwen die zich kleden en gedragen als monniken zaaien onrust in het kleine plaatsje Bang Krathuek ten zuidoosten van Bangkok. Vrouwen kunnen namelijk helemaal geen monnik worden in de Thaise variant van het Boeddhisme.

De inwoners van het dorp hebben het Nationaal Bureau van Boeddhisme gevraagd om de zaak te onderzoeken. Niet dat de dorpelingen aanstoot nemen aan de boeddhistische vrouwelijke monniken maar het verraste ze wel. Ook de politie zou de zaak bekijken.

Vrouwelijke monniken?

In de Thais boeddhistische leer kunnen vrouwen geen monnik worden. Op zich is dat merkwaardig want wie de Thaise samenleving een beetje kent, ziet al snel dat het juist de vrouwen zijn die zich diep storten in het Boeddhisme. Wel kent het Thais boeddhisme een variant van de non. Zij kleed zich in het wit en scheert zich wel alle hoofdharen weg, maar leeft niet in een Wat (boeddhistische tempel), heeft minder aanzien dan de mannelijke monnik en zo kan ik nog wel even doorgaan.

De vrouwen in Bang Krathuek, tussen de 40 en 50 jaar oud is de schatting, lijken zich nergens iets van aan te trekken. Ze kleden zich in het oranje, de kleur van de mannelijke boeddhistische monniken. Ze trekken in de ochtend langs de huizen in het dorp om eten te verzamelen. Boeddhistische monniken mogen geen bezit hebben en zijn voor het eten afhankelijk wat de bewoners rondom de Wat aan hen geven.

Het geven van eten aan de monnik wordt gezien als een goede daad (merits, een soort aflaat om in de hemel te komen) en wordt dus veel gedaan. Wil je het een keer zien of fotograferen, moet je vroeg je bed uit. Ze maken hun rondgang om zes uur in de ochtend.

Wat nu?

Ik ben heel benieuwd wat er nu gaat gebeuren. In India en Sri Lanka zijn vrouwelijke monniken wel toegestaan. Maar dat is ook een andere vorm van boeddhisme. Geen geloof, zoals in Thailand. Maar een levenswijze. Zou de Thai daar een voorbeeld aan nemen? Ik betwijfel dat, want het boeddhisme in Thailand schuift steeds meer op naar het Hindoeïsme, waar Boeddha ooit zijn ziens- en levenswijze aan ontrukt heeft. Ik denk eerder dat het Nationaal Bureau voor Boeddhisme zich zal gedragen als een kerkinstituut en de vrouwen zal straffen.

Hoe mijn Thaise vrouw mijn levensvisie heeft veranderd

‘Waar je mee omgaat, word je mee besmet’. Klopt, als een bus. Als twee mensen een tijdlang samenwonen gaan ze dingen van elkaar overnemen. Soms zelfs dezelfde kleur jassen dragen (oh God, nee he!). Maar mijn vrouw heeft bij mij een diepere snaar geraakt. Ze heeft mijn levensvisie totaal op zijn kop gezet.

Thais Boeddhisme

Nadat ik mijn vrouw had leren kennen heb ik me maar eens verdiept in het boeddhisme. Al snel kwam ik er achter dat de Thai een beetje zijn afgedwaald. Een beetje veel. Ze hebben een mengvorm uitgevonden van boeddhisme, hindoeïsme en animisme (het geloof in geesten). En hoewel het boeddhisme me aanspreekt, want het is een levenswijze, heb ik helemaal niets met het Thais boeddhisme. Want dat is een religie.

Soms ben ik zo dom om te vragen hoe een bepaalde god heet en wat ie doet. Ik krijg dan een hele uitleg van mijn vrouw, maar halverwege haak ik al af. Veel te ingewikkeld. Het ironische is dat Boeddha een soort Luther was voor het Hindoeïsme. Hij vond dat geloof veel te ingewikkeld en dat kon volgens hem niet kloppen. Vervolgens ging hij in afzondering en bereikte de verlichte status. En ontwikkelde een levenswijze volgens het KISS-principe (keep it simple stupid) .

De Thai hebben voor een groot deel dat weer teruggedraaid. Want Boeddha had niks met goden, en de Thai des te meer! En op één been kun je niet lopen, dus doe er maar een paar meer. Elke volle maan zit mijn vrouw voor het huis te bidden om de geesten in de grond gunstig te stellen. Met wierook, wat te eten en te drinken. Die moeten ook tevreden gesteld worden, want als ze boos zijn loopt het verkeerd af met ons huis. Misschien wel een meteoriet of vliegtuig dat zich in het dak boort.

Dukkha dus passief

Toch huist de basis van het boeddhisme nog in vrijwel elke Thai. Het beginsel van het boeddhisme is de Dukkha: Het leven is lijden, dat lijden komt voort uit verlangen, dat lijden is te verlichten door verlangen op te heffen. En dat doe je via het achtvoudig pad. In die acht regels zit de reden besloten waarom veel Thai niet zo doelgericht en oplossingsgericht zijn als wij graag zouden zien.  Passief dus. Misschien wel gewoon lui. Tenminste, in onze westerse ogen.

De leer van Boeddha vertelt ons namelijk dat we niet vooruit moeten kijken, niet terug moeten blikken, maar simpelweg te leven in het hier en nu. Wat door velen dus wordt gezien als luiheid of een karakterfout, is in feite een volksaard. Net als onze Calvinistische inslag. Daarom botst het ook vaak. Waar wij verwachten dat iemand tenminste twee minuten voor een afspraak verschijnt, is bij de Thai een afspraak pas een afspraak als er iemand op komt dagen.

Boeddhisme in de praktijk

Het verbaasde mij altijd dat mijn vrouw de dag begon, zonder enige vorm van planning. Alles wat op haar pad kwam werd terstond afgehandeld, alles wat er nog gedaan moest worden bleef vervolgens liggen. Net als iedere andere westerling werd ik daar helemaal gek van. Dat kan toch veel efficiënter, dacht ik. Mijn vrouw moest daarom lachen. “Het heeft geen zin om plannen te maken, want er komt altijd iets tussendoor. Daar gaan je mooie plannen waar je zoveel tijd aanbesteed hebt. En vervolgens verlies je nog meer tijd om je plannen aan te passen.”

Wat ze feitelijk vertelde was dat we ons leven niet zo goed in de hand hebben als we zelf denken. Het gedeelte waar wij werkelijk invloed op uit kunnen oefenen is erg klein. Ik vond het erg moeilijk haar gelijk te geven, maar besloot de proef eens op de som te nemen. Ik zag in mijn werkrooster dat ik over twee weken een probleempje had. Ik had met de garage afgesproken voor een noodzakelijke APK voor mijn auto, maar ik moest ook werken. Normaal zou ik in de telefoon klimmen en druk bezig zijn om die dienst te ruilen. Nu deed ik niets.

Ik zag het probleem, erkende dat er een probleem was, en liet het rusten. Een paar dagen belde een collega op. Of ik met hem kon ruilen? Het was dringend! Ik ruilde met hem. Zijn en mijn problemen waren opgelost. Zonder enige moeite of energieverlies. Sindsdien handel ik steeds volgens dit principe.

Zo heeft mijn Thaise vrouw mijn levensvisie veranderd

Het is verbazingwekkend hoeveel problemen zichzelf oplossen, zonder dat je ook maar iets doet. Sterker nog, terugkijkend zie ik hoe vaak ik juist problemen veroorzaakte door wel handelend op te treden. Door haastig de verkeerde besluiten te nemen. Van de regen in de drup. Of nachten wakker te liggen, overmand door zorgen hoe ik dit varkentje moest gaan wassen.

Zo beschouwt hebben de Thai het zo slecht nog niet bekeken. Niks luiheid, of passief. Ze verspillen gewoon minder energie. En in land waar het kwik vaak boven de 35 graden komt is dat gek nog niet gedacht.

Mijn vrouw en ik? Wij hebben nog zelden ruzie. Want wij zien het probleem wel, erkennen dat er een probleem is en doen vervolgens… niks. Het lost zichzelf vanzelf op.