Tagarchief: Thais eten

Een Thai kan niet zonder Thais eten

thais etenThai houden van eten. Thai houden vooral van hun Thais eten, waar ter wereld ze ook zijn. Ze kunnen simpelweg niet zonder hun ‘ahaan Thai’.

“It’s the most wonderful time of the year”, zingt Andy Williams over de feestdagen. Mijn vriendin was in de laatste twee weken van december en de eerste week van januari in Nederland om dit eens mee te maken. In Europa – lees Frankrijk, Groot-Brittanië, België en Nederland – was ze al wel vaker geweest, maar nog nooit tijdens deze periode.

Ik haalde haar op zaterdagavond op van Schiphol. Eenmaal thuisgekomen begon ze meteen vol goede moed haar koffer uit te pakken. Binnen no-time lag het bed naast een karrenvracht aan kleren vol met zakjes curry paste, flessen sauzen, pakken kokosnootmelk, noedels en zelfs citroengras. Op dat moment was mij nog niet duidelijk wat ze allemaal van plan was. Tot de volgende ochtend… Ik smeerde vrolijk mijn broodje hagelslag, terwijl zij driftig in de koelkast dook om te kijken wat ik allemaal in huis had.

De zoektocht naar meer Thais eten

“Jij hebt ook niet veel in huis”, mompelde ze. Uit die opmerking maakte ik op dat een gang naar de supermarkt noodzakelijk was. Voor mij is een bezoekje aan Albert Heijn simpel: ik ga met een boodschappenlijstje naar binnen en sta het liefst zo snel mogelijk weer buiten. Mijn vriendin ziet dat anders: zij struint ieder gangpad af om te kijken wat ze er allemaal hebben.

Een bezoekje aan de lokale Aziatische supermarkt bezorgde haar nog meer plezier. Ze sprong een gat in de lucht toen ze zag wat ze hier allemaal kon kopen. Al snel raakte het winkelmandje aardig gevuld met instant noedels, diepvriesgarnalen en groenten zoals egg plant. Met een grote glimlach liep ze de winkel uit: zij kon nog meer Thais gaan koken.

Dag broodje hagelslag

Gelukkig hou ik van Thais eten, vooral als het op de authentiek Thaise manier wordt klaargemaakt. Mijn vriendin heeft de kookkunsten van haar moeder goed afgekeken, want het smaakte echt net zoals in Thailand zelf. Mijn broodje hagelslag maakte ’s morgens plaats voor noedelsoep met kip of varkensvlees. Datzelfde broodje hagelslag ruimde ’s middags het veld voor laarb salmon – zalm op z’n Thais klaargemaakt.

Na die drie weken raakte ik aardig gewend aan ‘mijn nieuwe eetgewoonte’. Tot ik in het nieuwe jaar op zondagochtend weer met datzelfde broodje hagelslag voor mijn neus zat. Mijn vriendin belde me dat ze was aangekomen in Bangkok en daar op het vliegveld noedelsoep aan het eten was. Het broodje hagelslag smaakte niet verkeerd, maar ik verlangde stiekem naar Thais eten. Niet veel later stond ik ook in de Aziatische supermarkt…

‘ Ooh jee! We zijn de nam-prik vergeten!’

nam-prikDe Thai zijn eenkenning wezens als het om eten gaat. Het is Thais, Thais en nog eens Thais. Oke, Japans vinden ze ook nog wel aardig. Maar verder eten ze niet over de landsgrenzen. Tenminste niet zonder nam-prik

Ik heb de Thai wel eens gekscherend de Fransen van Zuidoost-Azië genoemd. Ze spreken nauwelijks Engels, zijn extreem trots op hun land en cultuur. En eten is het allerbelangrijkste wat er is. Thais eten wel te verstaan. Dat maakt vakanties in andere landen een beetje ingewikkeld.

Vakantie in Kreta

Een tijdje geleden zijn mijn vrouw en ik een weekje naar Kreta geweest. En je kunt veel zeggen over het Griekse voedsel, maar pittig is het nauwelijks. Het wordt vaak zelfs traditioneel lauw opgediend. Brave vent die ik ben, had ik mijn vrouw van te voren al gewaarschuwd. En zij had zich dan ook voorgenomen om een flinke dosis chilipeper en nam-prick (chilipasta) mee te nemen.

Nauwelijks waren we onderweg naar Eindhoven Airport of er klonk een ijselijk gil naast me. Ik verwachtte dat ze een deur of het gas had open laten staan. Maar nee, het was veel dramatischer ‘We zijn de nam-prik vergeten!’. Ik had echt geen zin om daarvoor om te draaien, wat trouwens ook niet mag op de A2, en naar huis te rijden. Om de potten die al een dag of drie op de keukentafel gereed stonden op te pikken.

Geen Nam-Prik??

De vakantie werd een eethel voor mijn vrouw. Na twee dagen klonk het al ‘ik wil pittig eten. Nu!’. Vanaf de derde dag werd naarstig naar kruidenwinkeltjes gezocht en op zijn kop gezet. Alles wat maar een beetje rood kleurde werd aan een grondige inspectie onderworpen. En ik moest haar steeds maar teleurstellen: ‘Nee lief. Paprikapoeder is niet pittig.’

Vanaf dat moment was geen pepervaatje meer veilig. Moussaka, stifado, kleftiko, souvlaki… allemaal kreeg het een grijs sneeuwlaagje. Zelfs het broodje tonijn tijdens de lunch ontkwam niet. Wanhopig zocht ze naar een Thais restaurant of een massagesalon. Maar er was geen Thai te bekennen. Wel Chinezen. En op dag vijf probeerde ze me te verleiden om ten lange lesten dan maar Chinees te gaan eten. En chinees eten is vloeken in de Thaise keuken. Toen ik dat weigerde, keek ze met puppy ogen aan ‘Ze hebben ook lekker sushi’.

Toko is nog open!

De vakantie was voorbij, de terugreis verliep rommelig vanwege hectische toestanden op het vliegveld van Heraklion. Na decennia van toerisme weten de Grieken nog steeds niet hoe je een vliegveld het meest effectiefst kunt runnen. Op de A2 opweg naar onze woonplaats zegt mijn vrouw ineens ‘De toko is nog open! Zullen we nog even boodschappen gaan doen?’ Een paar uur later zit ik zwetend aan de eettafel. Nu niet van het hete Griekse weer, maar van de somtam. Die was deze keer extra pittig.