Galerijen

Door de ogen van een Go-Go Girl

Ik voel zijn ogen over mijn rug naar beneden gaan. Ik ben een Go-Go Girl en dus wieg even extra met mijn achterwerk en draai me dan langzaam om. Terwijl zijn ogen mijn lichaam verder verkennen, neem ik hem aandacht op. Nee, deze man wil ik niet. Als hij me dan eindelijk in de ogen aankijkt, werp ik een arrogante blik terug.

Hij glimlacht terug, een beetje te verlekkerd naar mijn zin. Ik werp een vriendin een blik toe die zij meteen begrijpt. We verwisselen snel van plaats. Vlug verken ik de mannen die hier zitten te kijken. Een jong stel, Amerikanen denk ik. Hij kijkt ongelukkig rond, probeert angstvallig oogcontact met de dames op het ovale podium te vermijden. Zij is een stuk brutaler en wijst hem verschillende meiden aan, die blijkbaar bij in haar smaak vallen. Hij kijkt en knikt dan snel. Dan zitten er nog twee grijsaards van boven de 60 en een kalende man van in de 40 in een mouwloos Chang T-shirt met licht bollend logo. Het is niet druk vanavond.



Gestuurd door pa

Ik heb dit werk niet altijd gedaan. Sterker nog. Als ik niet was gestuurd, dan was ik nooit op Soi Nana beland. Samen met mijn jongste zus en oudste broer was ik zeer gelukkig in Selaphum, een stoffig stadje onder de rook van Roi Et. Mijn ouders hebben daar een boerderijtje aan de randen van Amphur Klang.  We verbouwen mais, rijst en hebben wat kippen en koeien. Mijn taak was om de dieren te verzorgen. Als het oogsttijd was hielp ik ook mee op het land.

Ik mis het platteland heel erg. De vergezichten, de stilte, de hete middagen in april en mei. Samen met de hele familie zochten we dan beschutting onder een boom en sliepen een paar uurtjes tussen de werkzaamheden door. Ik mis ook mijn broer, mijn zusje en mijn moeder. En mijn vader dan? Daar ben ik nog steeds kwaad op. Hij is de reden dat ik hier half naakt sta te dansen. We hadden het niet slecht, de boerderij bracht genoeg op. Maar mijn vader werd jaloers op de buren, die ineens een nieuwe auto kochten. Of een flatscreen tv. Dat wilde hij ook.

Mijn vader is geen gemakkelijk man. Hij kan zijn handen niet thuis houden. Op beide manier. Toen ik 12 jaar oud was en de vrouwelijke rondingen zich aandienden, vertelde hij mij keer op keer hoe mooi ik was. Met hulp van mijn moeder wist ik te voorkomen dat het te ver ging. Maar er kwam een dag dat ik daar het gelag voor moest betalen. “Je bent zo mooi, maar je wilt mij niet. Ga dan maar iets verdienen met dat prachtige lichaam van je’, zei hij op een goede dag. Het hysterische gekrijs en gehuil van de drie dames in huis mocht niet baten. Hij wilde een nieuwe auto en daar moest ik voor gaan zorgen.

Aandacht trekken

Daar sta ik dan, in een niets verhullend topje en kort rokje. Het lijkt heel keurig, maar als de twee grijsaards die aan mijn voeten een Singha drinken, hun blik omhoog richten dan hebben ze onthullende ervaring.  Maar mijn onderkant interesseert de heren niet, ze zijn druk in discussie. Over voetbal of politiek, schat ik in. Toch wil ik hun aandacht trekken.

Ik ga door mijn knieën totdat ik bijna op mijn hurken zit. Zwaai mijn kont een beetje heen en weer en leg het heerschap rechts een vinger onder zijn kin. Zachtjes duw zijn gezicht richting dat van mij, ik leun een beetje voorover en pruil mijn lippen tot een kus. Dan ga ik langzaam weer staan. Jip, nu heb ik zijn aandacht. De kalende veertiger verderop vindt het prachtig en staat te joelen. Ik negeer hem, want hem wil ik niet. Hij lijkt me het type dat tijdens het vrijen rare dingen wil of me slaat.

Geregeld via ‘oom’

Vraag me niet hoe, maar mijn vader kende de eigenaar van deze bar. Hij belde een paar keer met deze ‘oom’ zoals hij het noemde. En op een ochtend, toen ik me aan het klaar maken was om een dagje met de koeien door te brengen, stond mijn vader ineens voor me. Hij had een treinticket in de ene en een koffer in de andere hand. Tijd om na te denken kreeg ik niet. Afscheid te nemen van mijn familie en vriendinnen trouwens ook niet. Hij bracht me direct naar het treinstation in Roi Et, waar hij mij het ticket, 50 baht en een briefje met een adres gaf.

Acht uur later reed ik Bangkok binnen. Angstig zag ik de skyline aan de horizon verschijnen, weggerukt uit mijn veilige wereld stapte ik een voor mij totaal onbekende omgeving binnen. Druk, nerveus, heet.  Aan een taxichauffeur liet ik het adres zien. De rit kostte 47 baht, alsof mijn vader dat had geweten. De rust op Nana Plaza was weldadig. Dat zou nog gaan veranderen, dat wist ik toen nog niet. Maar nu met daglicht viel het allemaal mee.

De eigenaar van de bar, een dikke Koreaan die naar vette sigarenrook stonk, gaf me mijn uniform. Ik moest me voor zijn neus omkleden. Vervolgens bekeek hij me met een zakelijke blik van onder naar boven. Hij knikte een keer, en gaf me een nieuwe ID kaart. “Je bent achttien als iemand het vraagt”. Ik was twee jaar jonger.



Grijsaard mee met Go-Go Girl

De blik van de grijsaard volgt me naar boven. Ik glimlach zo verliefd mogelijk en knipoog naar hem. Ik zie zijn blik snel onder mijn rokje schieten. Beet! Ik doe dit nu al drie jaar en heb nu geen problemen meer met dit werk. In het begin was dat wel anders. Vreselijk vond ik het om hier te dansen. Een hel om met mannen mee naar hun hotelkamer te gaan. Maar mijn collega’s hier hebben me de kneepjes bijgebracht. “Voer ze dronken, dan vallen ze voordat iets gebeurd in slaap’.

Daarom heb ik mijn pijlen gericht op een van deze twee grijsaards. Ze zijn snel tevreden en betalen altijd goed. En ik ben veilig, want dit soort heren willen mij nog eerst veroveren voordat ze mij bezitten. Ze maken je nog echt het hof. Dat ze een lijf hebben dat helemaal uitgezakt is? Nee, zo’n dikke zwetende stinkende en zwoegende man boven je, dat is lekker.  Die dan ook na de daad nog gaat afdingen omdat hij het niet lekker genoeg vond.  Een tip kun je dan helemaal vergeten.

De grijsaard wenkt de mamasan, die na een paar woorden met hem te hebben gewisseld mij wenkt. Ik snel het trapje af en vlij mijzelf tegen de grijsaard aan. Ik kroel achter wat door zijn haar. Deze avond is goed. Heel goed. En het geld voor de auto van mijn vader is bijna compleet. Misschien dat ik dan kan gaan sparen voor een reis naar Europa. Of Amerika. Lekker ver weg van alles.

Dit is een fictief verhaal gebaseerd op interviews die John Sarbach had met diverse Go-Go Girls

Hoe mijn Thaise vrouw mijn levensvisie heeft veranderd

‘Waar je mee omgaat, word je mee besmet’. Klopt, als een bus. Als twee mensen een tijdlang samenwonen gaan ze dingen van elkaar overnemen. Soms zelfs dezelfde kleur jassen dragen (oh God, nee he!). Maar mijn vrouw heeft bij mij een diepere snaar geraakt. Ze heeft mijn levensvisie totaal op zijn kop gezet.

Thais Boeddhisme

Nadat ik mijn vrouw had leren kennen heb ik me maar eens verdiept in het boeddhisme. Al snel kwam ik er achter dat de Thai een beetje zijn afgedwaald. Een beetje veel. Ze hebben een mengvorm uitgevonden van boeddhisme, hindoeïsme en animisme (het geloof in geesten). En hoewel het boeddhisme me aanspreekt, want het is een levenswijze, heb ik helemaal niets met het Thais boeddhisme. Want dat is een religie.

Soms ben ik zo dom om te vragen hoe een bepaalde god heet en wat ie doet. Ik krijg dan een hele uitleg van mijn vrouw, maar halverwege haak ik al af. Veel te ingewikkeld. Het ironische is dat Boeddha een soort Luther was voor het Hindoeïsme. Hij vond dat geloof veel te ingewikkeld en dat kon volgens hem niet kloppen. Vervolgens ging hij in afzondering en bereikte de verlichte status. En ontwikkelde een levenswijze volgens het KISS-principe (keep it simple stupid) .

De Thai hebben voor een groot deel dat weer teruggedraaid. Want Boeddha had niks met goden, en de Thai des te meer! En op één been kun je niet lopen, dus doe er maar een paar meer. Elke volle maan zit mijn vrouw voor het huis te bidden om de geesten in de grond gunstig te stellen. Met wierook, wat te eten en te drinken. Die moeten ook tevreden gesteld worden, want als ze boos zijn loopt het verkeerd af met ons huis. Misschien wel een meteoriet of vliegtuig dat zich in het dak boort.

Dukkha dus passief

Toch huist de basis van het boeddhisme nog in vrijwel elke Thai. Het beginsel van het boeddhisme is de Dukkha: Het leven is lijden, dat lijden komt voort uit verlangen, dat lijden is te verlichten door verlangen op te heffen. En dat doe je via het achtvoudig pad. In die acht regels zit de reden besloten waarom veel Thai niet zo doelgericht en oplossingsgericht zijn als wij graag zouden zien.  Passief dus. Misschien wel gewoon lui. Tenminste, in onze westerse ogen.

De leer van Boeddha vertelt ons namelijk dat we niet vooruit moeten kijken, niet terug moeten blikken, maar simpelweg te leven in het hier en nu. Wat door velen dus wordt gezien als luiheid of een karakterfout, is in feite een volksaard. Net als onze Calvinistische inslag. Daarom botst het ook vaak. Waar wij verwachten dat iemand tenminste twee minuten voor een afspraak verschijnt, is bij de Thai een afspraak pas een afspraak als er iemand op komt dagen.

Boeddhisme in de praktijk

Het verbaasde mij altijd dat mijn vrouw de dag begon, zonder enige vorm van planning. Alles wat op haar pad kwam werd terstond afgehandeld, alles wat er nog gedaan moest worden bleef vervolgens liggen. Net als iedere andere westerling werd ik daar helemaal gek van. Dat kan toch veel efficiënter, dacht ik. Mijn vrouw moest daarom lachen. “Het heeft geen zin om plannen te maken, want er komt altijd iets tussendoor. Daar gaan je mooie plannen waar je zoveel tijd aanbesteed hebt. En vervolgens verlies je nog meer tijd om je plannen aan te passen.”

Wat ze feitelijk vertelde was dat we ons leven niet zo goed in de hand hebben als we zelf denken. Het gedeelte waar wij werkelijk invloed op uit kunnen oefenen is erg klein. Ik vond het erg moeilijk haar gelijk te geven, maar besloot de proef eens op de som te nemen. Ik zag in mijn werkrooster dat ik over twee weken een probleempje had. Ik had met de garage afgesproken voor een noodzakelijke APK voor mijn auto, maar ik moest ook werken. Normaal zou ik in de telefoon klimmen en druk bezig zijn om die dienst te ruilen. Nu deed ik niets.

Ik zag het probleem, erkende dat er een probleem was, en liet het rusten. Een paar dagen belde een collega op. Of ik met hem kon ruilen? Het was dringend! Ik ruilde met hem. Zijn en mijn problemen waren opgelost. Zonder enige moeite of energieverlies. Sindsdien handel ik steeds volgens dit principe.

Zo heeft mijn Thaise vrouw mijn levensvisie veranderd

Het is verbazingwekkend hoeveel problemen zichzelf oplossen, zonder dat je ook maar iets doet. Sterker nog, terugkijkend zie ik hoe vaak ik juist problemen veroorzaakte door wel handelend op te treden. Door haastig de verkeerde besluiten te nemen. Van de regen in de drup. Of nachten wakker te liggen, overmand door zorgen hoe ik dit varkentje moest gaan wassen.

Zo beschouwt hebben de Thai het zo slecht nog niet bekeken. Niks luiheid, of passief. Ze verspillen gewoon minder energie. En in land waar het kwik vaak boven de 35 graden komt is dat gek nog niet gedacht.

Mijn vrouw en ik? Wij hebben nog zelden ruzie. Want wij zien het probleem wel, erkennen dat er een probleem is en doen vervolgens… niks. Het lost zichzelf vanzelf op.

Vooroordelen over Thaise vrouwen: En toen betaalde zij mijn drankjes…

Het zijn de bekende vooroordelen over Thaise vrouwen. Net als koningin Beatrix en haar hoed zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze zijn louter op het geld van buitenlanders uit en hebben daar veel voor over. Het slaat natuurlijk helemaal nergens op en om dit nog maar eens duidelijk te maken vertel ik je graag over een van mijn ervaringen tijdens een recente vakantie.




In Thailand is voor mij geen dag hetzelfde. Er gebeurt altijd wel iets waardoor er zich een nieuwe verrassing aandient. Dat blijkt maar weer als ik een Nederlandse vriend van mij ga opzoeken in Jomtien Beach. Zijn vakantie staat haaks op die van mij; hij ligt namelijk iedere dag aan het strand. Op dezelfde plek, lekker in een ligstoel. Af en toe het water in om af te koelen, vervolgens weer opdrogen en tussendoor een boek lezen. Zo’n dagbesteding is voor mij niet weggelegd. Verschrikkelijk vind ik het als niet-strandmens. Toch laat ik me zakken in de ligstoel naast hem en als twee oude dames rebbelen we weg over allerlei onbelangrijke zaken in het leven. Het is immers vakantie.

Strandgangers uit Bangkok

Hij vertelt me dat hij tijdens zijn afkoelmomentje in het zeewater een gesprek heeft gehad met een Thaise dame van een jaar of dertig. Fon heet ze, en is samen met haar vriendin een weekend naar Jomtien gekomen voor het strand en het Pattayaanse uitgaansleven. Allebei wonen en werken ze in Bangkok. Haar vriendin is meer bezig met haar iPhone dan met de zee. Toch lukt het mij om haar aandacht te krijgen. Na een paar blikken over en weer trek ik de stoute schoenen aan. Mijn telefoonnummer schrijf ik op een briefje en loop haar richting uit. Het warme zand sijpelt tussen mijn tenen door en ik geef haar het papiertje. “Bel me, als je tijd hebt.” Ze zit te eten en vraagt meteen of ik ook wat te eten en drinken wil. Natuurlijk wil ik dat… Ik plof neer en niet veel later schuift ook Fon aan die net uit het water is gekomen.

We kwekken vrolijk door en ondertussen tikken de uren voorbij. Wat opvalt is dat ze allebei erg goed Engels praten. Het Engels van Fon is zelfs vloeiend. Ze werken allebei voor internationale bedrijven. Het bedrijf waar Fon voor werkt huurt een aantal condo’s in Jomtien waar zij dan kosteloos kan verblijven. Ze wordt door een chauffeur op vrijdagavond vanuit Bangkok naar Jomtien gebracht en gaat op diezelfde manier op maandag in alle vroegte weer terug haar werk in de hoofdstad. Dit weekend is haar vriendin dus mee om haar verjaardag in Pattaya te vieren. Fon was gisteren jarig en dat hebben ze nogal uitbundig gevierd. Inmiddels zijn de dames alweer druk bezig met hun iPhone’s om plannen te maken voor de zaterdagavond. Of ik het leuk vind om ’s avonds mee te gaan. Ik had met niemand wat afgesproken, dus ja, graag.



Bekende vooroordelen over Thaise vrouwen

We spreken om 18 uur af op het dak van het Hilton Hotel in Pattaya om de zon onder te zien gaan. Niet veel later haakt een vriend van de twee in: een Filippijnse gay die als leraar Engels in Pattaya werkt. De zon is inmiddels onder en het idee is ontstaan om Italiaans te gaan eten. Volgens mijn nieuwe vrienden leg je met Italiaans eten een goede bodem voor een flink avondje drinken. Dat belooft wat te worden. De Filippijn heeft een fles Jack Daniels bij zich, die volgens hem ‘hoe dan ook op moet vanavond’. Anderhalf uur later hebben we met zijn vieren Jack soldaat gemaakt en is het tijd om naar de Walking Street te gaan. We duiken meteen links de Walking Street Discotheque in (beter bekend als de Red Car) en de dames bestellen allerlei shots. Tequila, B52, het kan niet op. Laat ik het maar gelijk zeggen: ja, zij rekenden bijna alles af. Ondertussen raken we flink aangeschoten en gaan we verder naar de FLB Bar, waar de Filippijnse gay een aantal bandleden kent. Hier gaan de dames vrolijk door met het bestellen van shotjes en er lijkt geen maat op te staan. De briefjes van duizend bath vliegen opnieuw over de tafel. Hoezo de bekende vooroordelen over Thaise vrouwen? Dat ik later mijn kamer heb teruggevonden is mij nog altijd een raadsel. De dag erna tref ik de dames weer op het strand. Uiteindelijk is er een nieuwe vriendschap ontstaan, zonder dat er verder ook maar iets is gebeurd. We hebben allemaal last van een hele flinke kater en besluiten om het rustig aan te doen vanavond, aangezien zij de volgende dag weer moeten werken.

Vriendschap

Via de moderne communicatiemiddelen als Facebook en WhatsApp hou ik contact met Fon en een week of wat later – ik zit inmiddels in Bangkok – vraagt ze of ik zin heb om mee uit te gaan. Ze vertelt me dat ze het komende weekend weer naar Jomtien gaan en vraagt of ik mee wil gaan. Tsja, waarom niet? Via haar werk regelt ze dat ik – kosteloos – vier dagen lang in een van de condo’s van het bedrijf kan verblijven. Het enige wat ik moet doen is haar later de sleutel teruggeven. Na dag vier trek ik de deur van het appartement achter me dicht en ga weer naar Bangkok. Het zijn inmiddels de laatste dagen van mijn vijf weken durende vakantie. Oh ja, de sleutel. Ik WhatsApp haar en ik krijg een berichtje terug of ik de sleutel niet even bij haar op kantoor vlakbij Lumphini MRT wil droppen. Kleine moeite, dus ik stap in de metro en loop vanuit het station naar de Q House, waar ze in de hal de sleutel van me overneemt. We hebben nog steeds contact en als ik de volgende keer weer in Bangkok ben spreek ik zeker weer met Fon af. Er is een mooie vriendschap ontstaan en hieruit blijkt dus dat er ook Thaise dames zijn die prima voor zichzelf kunnen zorgen zonder geld uit de zakken van de buitenlander te kloppen. Dat ze het oud-Hollandse gezegde ‘De kosten gaan voor de baten uit’ kennen acht ik erg klein…



Over de auteur

Harold (31) is van huis uit journalist en komt sinds 2007 in Thailand, de laatste jaren verblijft hij vooral in Bangkok. In maart 2012 ontmoette hij daar zijn huidige Thaise vriendin. Hij stoort zich aan de vele vooroordelen die er zijn over Thaise vrouwen.